Kijken in plaats van werpen - het SPOTTEN van de
vis
Waarom vangt de ene (vlieg-)visser
altijd meer dan de andere ? Zelfs met het zelfde materiaal zijn het
toch altijd weer dezelfden die (net iets) meer vangen dan anderen.
Ik ben van mening dat, dat voor een groot deel komt omdat 'vangende
vissers' beter op hun omgeving letten. Zij weten waar ze de vissen
kunnen vinden, waar ze moeten zoeken, wat ze moeten doen én wat
ze moeten laten.
Natuurlijk heeft zoiets met ervaring te maken. In de loop
van de tijd leer je steeds beter 'vissen' en vang je ook in moeilijke
situaties je visjes. Maar door een aantal dingen goed in de gaten te
houden kun je al snel je vangsten verbeteren. Je moet simpelweg iets
meer kijken en minder zomaar 'ins blaue hinein' je vlieg in het water
werpen.
Is het dan echt allemaal zo simpel ? Nee, vangstgaranties
heb je nooit, maar je kunt de kans op vis wel aanzienlijk vergroten
!
Zorg in de eerste plaats dat je de omgeving om je heen niet verstoort.
Ga niet zwaar over drassige grond richting de waterkant, trillingen
worden in het water makkelijk doorgegeven met als resultaat dat de
vissen langs de waterkant al vertrokken zijn voordat jij je vlieg
te water kunt laten.
Veel beter kun je voorzichtig 'sluipend' de waterkant benaderen. Je
verstoort de vissen veel minder en zorgt er tegelijk voor dat de
vissen je minder goed kunnen zien. Felgekleurde kleding, of een
groot silhouet tegen een heldere lucht, valt sneller op dan kleding
die in overeenstemming is met de omgeving. |
|
Zorg er ook voor dat je schaduw niet groots over het wateroppervlak
glijdt want ook dat kan al voldoende reden zijn om je kansen op 'die
ene vis' tot nul te reduceren.
Als je zorgt dat je niet zelf de reden bent dat de vis verjaagd is kun
je vervolgens beginnen met het 'echte werk', het vinden van de vissen.
Want dat is toch het uiteindelijke doel, vis vinden en vangen. Probeer
daarbij zo veel mogelijk de signalen uit de natuur te gebruiken en je zult
zien dat je vangsten stijgen. De signalen zijn vaak legio...
Wanneer de vissen actief azen en zich aan het oppervlak
ophouden is het niet moeilijk om de vissen te spotten. Kringetjes op
het wateroppervlak, springende visjes, of een opgestoken staart verraden
de aanwezigheid. In dat geval kun je vaak zelfs een vis selecteren en
die direct aanwerpen en volgt een aanbeet snel. Een zonnebril met gepolariseerde
glazen doet hier trouwens wonderen om de vissen te ontdekken !
|
Als de vissen weinig actief zijn of zich niet merkbaar
laten zien dan wordt het allemaal wat lastiger. En juist op deze
momenten onderscheiden de vissers die wel vangen zich van hun minder
fortuinlijke hobbiegenoten.
Dat komt echt niet alleen omdat zij andere, betere vliegen hebben.
Door te letten op de signalen uit de natuur en te variëren in vistechniek
kun je, je vangstkansen ook aanzienlijk vergroten.
Probeer allereerst om zorgvuldig de verschillende waterlagen af
te vissen. Misschien vis je simpelweg te hoog of te laag..... Dit
levert vaak al |
onverwachts vis op ! Zeker in relatief troebel water
is het belangrijk om de vlieg 'bij de vis te brengen'.
Als de vlieg steeds een meter of meer over hun hoofd heen gaat
mis je de kans om de aanwezige vissen te haken.
Heb je de spot afgevist en geen aanbeten gehad,
zoek dan een nieuwe plaats. Nu is het zaak om je omgeving goed
te observeren want vissen hebben zo hun voorkeursplaatsen. Onder
en tussen waterplanten vinden vissen niet alleen beschutting maar
ook veel voedsel. Je kunt hier dus zeker ook grote jongens vinden
(kijk maar naar de karpers op de foto). En wanneer de vissen niet
zichtbaar aanwezig zijn loont het toch vaak de moeite om de naaste
omgeving van waterplanten voldoende aandacht te geven en geduldig
af te vissen.
Maar er zijn meer plaatsen waar je vissen kunt verwachten.
Plaatsen
die je dus zeker aandacht moet geven en die je net die extra |
|
vissen kunnen opleveren. Laten we er eens een aantal de
revue laten passeren. Behalve waterplanten kan begroeïng langs de
waterkant ook een aantrekkingkracht hebben op vissen. De schaduw van
een boom of struik over het water kan vis aantrekken. Vruchten van bomen
en struiken, die in het water vallen als ze rijp worden vormen een voedingsbron
en zullen dus de vissen ook aantrekken. Daarnaast verzamelen zich in
bomen en struiken veel insecten. Wanneer deze (bv. door de wind) in het
water vallen zul je zien dat zich onder de begroeïng vissen verzamelen
om zich met die insecten te voeden.
Duikers en vertakkingen van het water zijn plaatsen die
altijd aandacht verdienen. Daar is vaak sprake van een lichte stroming
waar zich in de luwtes voedsel ophoopt. De waterdiepte is daar iets groter
en richeltjes in de bodem zijn goede plaatsen om de vissen te zoeken.
|
Stromingverschillen zijn sowieso interessante 'hotspots'.
Voedsel hoopt zich daar op, kleine visjes raken in de stroming 'in
problemen' en worden vaak door roofvissen gepakt wanneer ze in het
grensgebied van de stromingsverschillen terecht komen. Vissen als
de roofblei moet je daarom juist zoeken in de stromingsnaad van rivieren
of wanneer bv. een sluis open gaat. Forellen houden zich achter rotsen
op in de luwte van de stroming en positioneren zich zo dat ze hun
voeding zo 'uit de stroom kunnen pakken'.
En zo zijn er nog meer plaatsen te vinden die je als vliegvisser
zeker aandacht moet geven omdat zich daar vaak vissen ophouden. |
Daarbij kun je denken aan bijvoorbeeld bochten in beekjes,
watervalletjes, bruggen, de waterkant waar de wind op staat, seizoensgebonden
(insecten-)vliegenkeuze, etc etc. In
toekomstige artikeltjes zal daar zeker over
geschreven gaan worden....
- TOP -